Het evenement ‘De Staat van het Internet 2026’, georganiseerd door Waag Futurelab, vond plaats in de Brakke Grond in Amsterdam. Het programma, met de titel ‘Beyond the hype(rscale)’, richtte zich op de sociale en milieu-impact van onze digitale wereld en de noodzaak van regeneratieve en niet-extractieve technologie. Het doel was om voorbij de abstracte beloftes van de cloud te kijken en de fysieke realiteit van onze digitale infrastructuur in kaart te brengen.
De Keynote: De Fysieke Realiteit van de Cloud
De keynote werd verzorgd door onderzoeker Fieke Jansen van het Critical Infrastructure Lab. Zij leverde scherpe kritiek op de explosie van AI en de groei van grootschalige datacenters, de zogenaamde ‘hyperscalers’ (zoals Microsoft, Google en Amazon), die de centralisatie van macht, geld en rekenkracht symboliseren. Haar betoog was opgebouwd uit vier delen:
1. Extractie en Vervuiling De digitale economie is fundamenteel afhankelijk van een toeleveringsketen van geweld, vervuiling en extractie in regio’s zoals Congo, Zuid-Amerika en Taiwan. Dichter bij huis leidt de expansie van datacenters tot intensieve conflicten over de verdeling van water en elektriciteit. Een concreet voorbeeld is de geplande bouw in Sloterdijk, waar een nieuw datacenter evenveel elektriciteit zou verbruiken als alle huishoudens in Amsterdam bij elkaar. Jansen wees erop dat de huidige definitie van een hyperscaler (gebaseerd op grondoppervlakte) te beperkt is om de bouw van grote datacenters die de hoogte in gaan te reguleren.
2. Predatory Delay en het Rebound-effect Jansen introduceerde het concept van ‘Predatory Delay’. Dit is de strategie van de tech-industrie om klimaatactie te vertragen; in plaats van het probleem te ontkennen, pleit men voor langzamere verandering en technologisch oplossingsdenken om winsten te beschermen. Hierbij treedt de Jevons-paradox op: historisch gezien heeft technologische efficiëntiewinst steevast geleid tot een toename van het totale verbruik van natuurlijke hulpbronnen (het ‘rebound-effect’). De opkomst van generatieve AI is hier een schoolvoorbeeld van, aangezien ongebruikte cloudcapaciteit direct wordt geherinvesteerd in producten die nog meer rekenkracht vereisen.
3. Computing Binnen Planetaire Grenzen Er werd gepleit voor een bestuurlijk en technologisch kader dat schaarste als uitgangspunt neemt: ‘Computing Within Planetary Boundaries’. Om de overheid in staat te stellen de sector effectief te sturen, moet computercapaciteit worden gecategoriseerd in categorieën zoals publiek, commercieel, medisch en militair. Pas dan kan het publieke belang prioriteit krijgen bij de schaarse toewijzing van energie en water en kan onnodig AI-gebruik worden beperkt.
4. Organische Datacenters Als alternatief voor de extractieve industrie presenteerde het Critical Infrastructure Lab ‘organische datacenters’ gebaseerd op regeneratieve principes. Voorbeelden hiervan zijn de elektrische tuin (een modderbatterij aangedreven door bacteriën) en printplaten (PCBs) gemaakt van lokaal gewonnen klei en gebakken in open vuur. Deze projecten tonen aan dat technologie op menselijke schaal kan werken, waarbij zorg, herstel en de acceptatie van frictie centraal staan.
Panel 1: Verbeelding en de Praktijk van Schaarste
In het eerste panel werd de theorie gekoppeld aan de praktijk. Multimedia-kunstenaar Nestor illustreerde hoe schaarste dwingt tot innovatie door het voorbeeld van Cuba aan te halen. Bij gebrek aan een breedbandnetwerk ontwikkelde de bevolking daar het ‘Weekly Packet’: een massaal, offline en decentraal distributienetwerk van digitale media via USB-sticks en harde schijven. Deze realiteit dwingt tot een totaal andere relatie met hardware, waarbij levensduur en het repareren van apparatuur centraal staan, in schril contrast met de westerse vervangingscultuur.
Judith (Waag) sloot hierop aan vanuit het perspectief van regeneratieve technologie. Projecten zoals de Fairphone benadrukken het belang van repareerbaarheid en het verminderen van het gebruik van conflictmaterialen.
Panel 2: Macht en Publieke Infrastructuur
In het tweede panel bespraken onderzoeker Roel en Swaan Dekkers (Gemeente Amsterdam) de harde realiteit dat de inrichting van onze internetinfrastructuur primair een politiek machtsvraagstuk is. De discussie draaide om digitale autonomie en het actief afbreken van de afhankelijkheid van Big Tech. Roel benadrukte de noodzaak om een digitaal publiek domein te bouwen dat draait op democratische waarden; open standaarden, open software en open hardware moeten de norm zijn, niet de uitzondering. Swaan Dekkers vulde aan dat technologie ontwerpen voor een hele stad (vanuit het perspectief van de overheid) fundamenteel andere, niet-commerciële keuzes vereist dan de extractieve methodes van commerciële hyperscalers.
Praktijkdemonstratie: De Blackout Box
Ter afsluiting toonde Douwe Schmidt (Projectmanager Public Tech bij de gemeente Amsterdam) een concreet experiment met alternatieve netwerken. Hij demonstreerde de ‘blackout box’ (of ‘little box’), een decentraal communicatienetwerk dat lokaal tekstberichten verstuurt via radiosignalen, volledig onafhankelijk van centrale stroomvoorziening, zendmasten of reguliere datacenters. Dit project forceert ons kritisch na te denken over veerkracht en eigenaarschap: het illustreert technologie die daadwerkelijk door en voor de gemeenschap zelf gebouwd en beheerd wordt, in plaats van systemen die ons passief afhankelijk maken.
Conclusie: Oproep tot Actie
De middag werd afgesloten met een duidelijke consensus: we kunnen dit vraagstuk niet uitsluitend aan de markt overlaten. De sprekers deden een dringende oproep tot actie gericht op regulering en belasting. Overheden moeten stoppen met het uitbesteden van besluitvorming aan lagere overheden die hier niet voor zijn uitgerust, Big Tech zwaarder belasten en strenger reguleren op nationaal en Europees niveau. Ondanks de forse uitdagingen was de eindboodschap niet defaitistisch: er werd opgeroepen om actief het Europees moratorium op de uitbreiding van datacenters te steunen en te blijven ontwikkelen binnen planetaire grenzen.
Handgeschreven Nawoord
Tot zover het door Google Gemini 3.1 Pro samengevatte en vertaalde gedeelte van de Keynote. En dan nu mijn personal touch, waarvan ik mij had laten vertellen dat sommige mensen daar liever voor op mijn blog komen. Maar daar moest ik eerst nog een nachtje over slapen, en dat heb ik nu dan ook gedaan. Waarom ik deze dag aanvankelijk naar Amsterdam ging was namelijk voor TheNextSocials. En dit volg ik in samenwerking met BovenJan en Mentaal.nl. Ik sloeg aan op dit project van het maken van een grote digitale ruimte voor mentale gezondheid enige tijd geleden en het is duidelijk dat ik dit niet in mijn eentje ga maken maar dat dit soort evenementen ingang en toegang biedt tot de nodige collega’s in het werkveld.
We begonnen de middag rond de lunch dus met een kommetje soep en wat brood. Op een gegeven moment was het wel drukker aan mijn tafeltje en zat ik aan tafel met mensen van de VPRO en de EO. Heel bijzonder, al heb ik geen letterlijke aantekeningen gemaakt noch een bestand of NAW van ze vastgelegd, dat moet je me maar vergeven op dit punt. Waarvoor dan ook? Ook een opvallende verschijning tijdens het eerste stuk van de presentaties was Francisco van Jole die binnenkwam om de presentaties te volgen. Die kende ik dusver enkel van online. Ik had verder geen vragen voor hem, en daar was ook niet de gelegenheid of ruimte toe.
Wat echter wel bedroevend was is dat ik op een gegeven moment met zijn drietjes aan het tafeltje over Systemen zat. Er was een piramide van bouwstenen en onderdelen geschetst waarbij we in groepjes zouden uitwisselen en overleggen over elk een laag van die piramide. 4 tafels in totaal. De meesten zaten bij Organisatie. Dat snap ik wel. En ik ging dus aan de tafel zitten die het over systemen zou hebben. We kwamen er op uit dat authenticatie en autorisatie heel erg wenselijk zijn. Zoals Yivy.
Ik weet niet of mijn gesprekspartners het helemaal doorhadden wat ik zei. Maar ik bracht zelf dus het punt in dat we met het decentraal aanpakken van allerlei community’s online, er geen regulering zoals onder de DSA plaatsvindt, aangezien die allemaal qua schaalgrootte niet vallen onder 1 centraal aanspreekpunt en die dus ook niet compliant gaan zijn op deze schaal. Ik zei in wezen dat op de schaal van projecten als Mastodon, PeerTube, Misskey etc. – er niet echt een autoriteit of aanspreekpunt zal kunnen zijn voor DSA-schaal compliance. Omdat dit soort servers en hun gebruikers niet over miljoenen gaan, maar per community veel kleiner schalen dan Facebook. Ondanks dat in sommige projecten wel features zijn gebouwd door ontwikkelaars zoals die bedacht zijn op Europees niveau. En dit is onderdeel van de expansiecreep. Om software wel te ontwikkelen op Facebookschaal, maar niet de mensen te hebben die dat kunnen bijbenen.
We hebben letterlijk meer datacenters straks dan dat nodig zal zijn voor de wereldpopulatie, zelfs als we allemaal Full China zouden gaan en ieder individu zouden loggen, simpelweg omdat Cloud en nu dus AI sells – niet omdat dit hardwarematig letterlijk vereist is voor de wereldwijde productieve vraag. Er is teveel compliancy overhead – niet op de laag van de regulering, maar van het faciliteren, onderwijzen, trainen, bouwen en ontwikkelen van dingen die allemaal niet nodig zijn voor een waardevol leven. Misschien moeten we inderdaad zoals Fieke Jansen ook voorstelde: Uit het raam stappen? Want wat is er nu echt nodig van al die digitale bezigheidstherapie? En brengt het wel de verlossing? Techbro’s verkopen veel – maar vooral hete lucht uit datacenters.
Persoonlijke Reflecties
Verder was mijn persoonlijke perceptie dat ik al snel en veel te overprikkeld was. Dat ik zelf het idee had dat ik niet nauwkeurig mijn aandacht overal bij kon houden door de overdaad aan prikkels en dit lees je nu dan ook in dit handgetikte deel van het verslag. En dat ik dus andermaal geconfronteerd werd met mijn beperkingen. En hoewel ik nu niet bijzonder angstig was, merkte ik dat ik bepaalde vormen nog niet meester ben – in de sociale interactie. En dat ik ook bepaalde vaardigheden mis om mij adequaat te kunnen verhouden tot dit alles. Ik had echt het idee dat ik aan de grens van mijn kunnen participeerde en dat steekt. Want ik zag ook het gemak waarmee de rest hier door heen wandelt. En ik voelde mij kortom nogal beperkt. En ik weet nu ook na een nacht slapen nog niet in hoeverre dat ooit nog zal herstellen. Maar het is duidelijk dat ik oorspronkelijk niet ontworpen ben voor dit soort massa events, ondanks dat ik het ook heel waardevol vind dat ik dit nu eindelijk kan. Ik kan alleen maar hopen dat het nog iets beter kan herstellen, maar alles is al winst boven de status van “volledig afgeschreven” die ik mee had gekregen van de Staat. Ik heb mijzelf consequent voorgesteld als ICT-ondernemer, de eigenaar van mijn bedrijf en desgewenst ook toegelicht dat ik mijn webactiviteiten bij Anoiksis eerst op vrijwillige schaal heb hervat om dit daarna als ondernemer te gaan doen. Sommige mensen vonden dit handig. Eén iemand reageerde echt betrokken hier op – Frans (?) van Pubhubs – die naast mij zat tijdens de presentaties. Hij had ook wel eens een tijd vrijwilligerswerk gedaan om weer aan de slag te gaan. Zo werd het net iets normaler, ook voor mij.
Mijn “Voor Positiviteit Kalender” zei dat ik niet moest gaan vergelijken maar bij mezelf blijven. Okay, ik vond het teveel toen ook nog 1 of andere luidruchtige droeftoeter in de trein terug het helemaal ondragelijk maakte met zijn getoeter – en die dit ook met intentie tot verstoren deed. Dit soort mensen horen die spuitjes te krijgen die ik allemaal kreeg in mijn leven, naar mijn inzien. Doe eens normaal.
Ik ben voor het laatste deel maar in de stiltecoupé gaan zitten nadat bij Amersfoort voldoende mensen waren uitgestapt. Eenmaal weer in het veilige Zutphen uitgestapt heb ik alsnog mijn videocall met meisje Fieke (9) kunnen voorzetten voordat zij ging slapen. Het beknoptere verslag dat ik gisteravond al kon maken in de trein heb ik aan mijn vriendin laten lezen. Verder zit volgens mij niemand echt te wachten op mijn geschreven bijdragen van dingen waar ze zelf toch niet bij waren of wat zochten, maar goed voor mijn eigen verslaglegging heb ik dit weer op mijn eigen site, op mijn eigen infrastructuur gerealiseerd vandaag.