(en waarom de Blauwe Reus moest sterven)
Het is vandaag precies tien jaar geleden dat de laatste server van Reality Labs in Menlo Park werd uitgezet. Geen knal, geen emotioneel afscheidssignaal. Alleen het droge geklik van een schakelaar in een verder lege hal. Meta is officieel failliet. Niet alleen financieel, maar moreel, ecologisch en sociaal.
Toen ik in 2024 voorspelde dat het imperium van Zuckerberg binnen tien jaar zou instorten, werd ik weggehoond. “Te groot om te falen,” zeiden ze. “Iedereen zit op WhatsApp.” Maar ze vergaten één ding: de menselijke geest heeft een breekpunt. En de aarde ook.
De Grote Ommekeer: Van scrollen naar ‘digitaal roken’
De eerste barst verscheen in onze sociale mores. Herinner je je de jaren ’20 nog? Mensen liepen als zombies over straat, hun gezichten blauw verlicht door schermen, terwijl hun kinderen smeekten om oogcontact.
Rond 2028 kwam het kantelpunt. Het werd ‘vies’. In de kringen waar ik kwam, werd je met de nek aangekeken als je je telefoon op tafel legde. Schermstaren werd het nieuwe roken. Het werd geassocieerd met een gebrek aan zelfbeheersing, met een lage status. Het beeld van een ouder die scrollt terwijl een kind huilt, werd even moreel verwerpelijk als een sigaret opsteken in een kraamkliniek.
We herontdekten de waarde van de ‘analoge ruimte’. En Meta? Meta had geen antwoord op een wereld die besloot dat echte aanwezigheid het hoogste goed was. Hun algoritmes, ontworpen om ons te verslaven, werden plotseling gezien als de vijand van de volksgezondheid.
De Arrogantie van de Goden
Terwijl de wereld snakte naar verbinding, bleef Meta blindelings middelen verbranden. Hun honger naar resources was nietsontziend. Voor elke AI-training, voor elke render van hun steriele Metaverse, werd er energie en water verbruikt dat elders hard nodig was.
Meta opereerde met een god-complex. Ze dachten dat ze boven nationale wetten stonden, boven mensenrechten, en zelfs boven de wetten van de natuur. Terwijl zij droomden van digitale avatars, droogden in de echte wereld de bronnen op. Die arrogantie—het idee dat de wereld haar laatste grondstoffen zou blijven opofferen voor een platform dat ons alleen maar verder uit elkaar dreef—was hun definitieve doodvonnis.
De Grote Kloof en de Tirannie
Wat we echter niet zagen aankomen, was hoe de economie van aandacht zou muteren in een economie van overleving. De wereld verdeelde zich definitief in de Haves en de Have-nots.
De Haves trokken zich terug in hun glanzende enclaves, beschermd door algoritmes en private beveiliging, waar ze zich overgaven aan de luxe van de digitale droom. De Have-nots werden de grondstof-slaven, de mensen die de zeldzame metalen uit de grond moesten trekken om de servers draaiende te houden.
Maar slaven blijven niet eeuwig stil.
De tirannie van de minderheid leidde tot de onvermijdelijke burgeroorlogen die we vandaag in verschillende delen van de wereld zien. De globale honger naar resources werd een vlam in een kruitvat. Toen de eerste datacenters werden bestormd door mensen die simpelweg water en brood eisten in plaats van bandbreedte, was het sprookje voorbij.
De balans
Meta is niet failliet gegaan omdat de techniek faalde. Ze zijn failliet gegaan omdat ze de menselijke ziel hebben onderschat en de fysieke grenzen van onze planeet hebben genegeerd.
We zijn wakker geworden uit een collectieve psychose. We kijken nu naar onze oude iPhones zoals we kijken naar asbakken uit de jaren ’50: relikwieën van een tijd waarin we onszelf langzaam vergiftigden en dachten dat het ‘cool’ was.
De toekomst is niet digitaal. De toekomst is weer van vlees, bloed en schaarse middelen. En in die toekomst was er geen plek meer voor de Blauwe Reus.
Rust in vrede, Meta. Je zult niet gemist worden.