Ik ben een desktop boomer. En niet omdat ik de mobiel geen kans heb gegeven. Ik weet dat jongeren, kinderen en generatiegenoten die meer invested zijn in de mobiele ruimte mij aankijken alsof ik een prehistorisch beroep uitoefen. En ik zie waarin mijn schermvoorkeuren behoorlijk afwijken van mijn partner, die vrijwel exclusief mobile-only is voor haar privé online tijd. Ik kan dit niet. En wel hierom.
Ik bouw aan het internet, ik consumeer het niet alleen
Ik maak de schermen die jij dan weer met je telefoon opent. Ik bewerk functionaliteiten op netwerkniveau en voor de mensen die het gaan gebruiken. Dat is een fundamenteel ander soort werk dan het gebruiken van het resultaat, en het vraagt fundamenteel ander gereedschap.
De instellingen, programma’s en opties die ik daarvoor nodig heb, zijn veelal niet aanwezig in mobiele schermen. Of ze zijn zodanig verstopt achter drie hamburgermenu’s, een uitklapper en een “geavanceerd”-tab, dat ik drie tot vier keer langer bezig ben om hetzelfde te doen als wat ik op een desktop in enkele seconden inregel. Dat is geen voorkeur. Dat is rekenwerk.
Neem het aanmaken van een Git-repository, het met de hand bijwerken van items in de terminal, het pushen van changes vanuit de console — precisie-afstemming van webprojecten. Ik weet dat ik een AI-agent kan vragen dit te doen. Maar waarom een oerbos opofferen qua tokens voor een handeling die ik gewoon zelf kan? Een git add -p waarin ik per hunk beslis wat wel en niet meegaat, is niet te vervangen door “regel dit even”. Ik wil precies dát commit-bericht, precies díe drie regels, en niet vier.
Ik heb de ruimte nodig
Voor de meeste dingen die ik doe zijn er duizenden opties en instellingen. Om die in een venster van 20×8 cm te persen is gewoon absurde marteling. Succes als jij Cloudflare volledig vanuit de mobiel wil inregelen, maar een beetje netwerktechnicus wil volgens mij nog altijd overzicht om te zien waar hij mee bezig is.
En de lijst is langer dan Cloudflare alleen. DNS-records naast elkaar zetten om te zien welke CNAME de boel om zeep helpt. Een firewall-regelset waarin de volgorde van de regels het hele verschil maakt tussen “dicht” en “wagenwijd open”. Een reverse proxy met een handvol hosts, waarbij ik de configuratie van de een naast die van de ander wil leggen. Een DHCP-scope en de bijbehorende leases. Een mailserver waar SPF, DKIM en DMARC alle drie tegelijk moeten kloppen, en waar ik de headers van een geweigerde mail regel voor regel wil lezen — niet scrollend door een kolom van acht woorden breed.
Dat overzicht is niet luxe, het is de kern van het werk. Fouten in de infrastructuur zitten zelden in één veld. Ze zitten in het verband tussen twee dingen die allebei op zichzelf kloppen. Dat verband zie je alleen als je beide tegelijk in beeld hebt. Een mobiel scherm dwingt je om alles serieel te bekijken, en serieel kijken maakt je blind voor verbanden. Je vindt de fout niet omdat hij niet in het beeld past.
Dito WordPress. Het kán vanaf de mobiel, maar het is suboptimaal. En dan heb ik het niet over het plaatsen van een enkele posting — dat kan mijn AI-agent zelfs — maar over het op maat afstemmen en inregelen van de webomgeving. Nogmaals: duizenden instellingen. Een theme dat je aanpast terwijl je de preview ernaast hebt staan. Een permalink-structuur waarvan je de gevolgen wilt nakijken. Rechten per rol. Een plugin die stilletjes met een andere vecht. Dat is geen typwerk, dat is uitzoekwerk, en uitzoekwerk wil twee vensters naast elkaar.
De terminal is niet dood. De terminal is rust.
Consolewerk in algemene zin. Ik hoor van andere DevOps dat de terminal bijkans hartstikke dood is. Ik wil niet zonder. Weet je wat fijn is aan een terminal?
Er is geen schijt reclame.
Geen cookiebanner. Geen “wil je onze app installeren”. Geen nieuwsbriefpop-up na zeven seconden. Geen aanbevolen video die begint te spelen omdat je te lang stil zat. Geen enkele pixel op dat scherm probeert iets van mij te krijgen. Een plek om je ogen te laten rusten tussen al het particuliere gejank tevens. Gewoon een rationele machine die doet wat ik zeg, omdat ik hem wel begrijp maar hij mij niet eens probeert te begrijpen — en dat is prima.
Daar zit meer in dan nostalgie. Een terminal liegt niet over wat hij doet. Er is geen laag tussen mijn intentie en de uitvoering die ondertussen zijn eigen belangen behartigt. Als ik een verkeerd commando geef, gaat het stuk op mijn manier — niet op de manier van een productmanager die besloot dat ik iets anders bedoelde. Dat is een vorm van eerlijkheid die in moderne interfaces steeds zeldzamer wordt. Een moderne app raadt wat je wil. Een terminal doet wat je zegt. Ik verkies het tweede, omdat ik dan zelf verantwoordelijk ben en dat ook wil zijn.
En er is nog iets: de terminal is composeerbaar. Wat ik vandaag met de hand typ, plak ik morgen in een scriptje, en overmorgen hangt het in een cronjob. Dat pad van “eenmalig doen” naar “voor altijd geautomatiseerd” bestaat in een grafische mobiele app domweg niet. Daar doe je een handeling honderd keer, en de honderdste kost precies evenveel als de eerste.
En ja, ook voor de lol
Zo, en dit doe ik niet vaak, maar ik heb weer eens zo’n bevlieging die me een paar dagen trekt: spelletjes. Ik ga mezelf daarvoor niet opvouwen in een hoekje waarin ik mijn hoofd en armruimte probeer te passen in de vensterbreedte van mijn mobiel. Nee, ik doe dat op een UWQHD-scherm waarnaast ik nog een chat open kan hebben en het huis kan bedienen.
Je gaat toch ook niet voetballen op een trapleuning?
Het punt is niet dat mobiel spelen niet kan. Het punt is dat het formaat het spel bepaalt. Op een telefoon overleven alleen de spellen die passen in een korte cyclus met een dikke duim erop: tik, beloning, tik, beloning. Alles wat traag opbouwt, wat overzicht vraagt, wat je een half uur laat nadenken voordat er iets gebeurt — dat past er niet in en wordt dus niet gemaakt. Het scherm heeft niet alleen mijn houding bepaald, het heeft het aanbod bepaald. Dat vind ik een grotere verarming dan de kramp in mijn nek.
De mobiel is vooral voor iets anders
Mijn partner is mobile-only en dat is geen tekort. Voor wat zij doet is het gewoon de betere machine. Ze hoeft niet te gaan zitten. Ze hoeft niets op te starten. Ze hoeft geen aparte plek in huis te hebben waar “het internet staat”. Haar gereedschap gaat mee, en dat is precies wat mijn gereedschap niet doet. Ik ben degene die vastzit aan een stoel, en het is nogal arrogant om dat als superieur te presenteren. Als ik eerlijk ben ben ik af en toe jaloers op hoe licht dat oogt.
En de term “desktop boomer” is óók een dekmantel. Er zit een deel gemak in dat ik hier verkoop als vakmanschap. Ik heb mijn vaardigheden opgebouwd in een bepaalde vorm, en die vorm loslaten kost moeite. Sommige dingen die ik “onmogelijk op mobiel” noem, zijn eerlijker beschreven als “ik heb nooit de moeite genomen het daar te leren”. Dat is een verschil. Er zijn tegenwoordig prima SSH-clients, er zijn mobiele Git-omgevingen die werken, en er zijn mensen die van een tablet met een toetsenbord meer gedaan krijgen dan ik van drie monitoren. Die mensen zijn er echt.
Ik ben dezelfde man die tegen zijn schermtijd aan het vechten is en zichzelf voorneemt om minder als een schermslaaf te leven. Dat gevecht is bij een desktop juist zwaarder, want dit ding is gebouwd om je te laten blijven zitten. Mijn partner staat op en loopt weg met haar telefoon in haar zak. Ik zit hier nog, met zeven tabbladen open, “even iets afmaken”. De mobiel heeft in dat opzicht een gezondheidsvoordeel dat ik niet ga wegredeneren.
En dan de reclame. Ik zeg dat de terminal geen reclame heeft, en dat klopt. Maar het is niet zo dat het desktopweb schoon is en het mobiele web vies. Het desktopweb is even smerig; ik heb het alleen dichtgezet. Mijn verdienste zit in het filter, niet in het formaat.
Het echte punt: gereedschap kiest zich naar het werk
Waar het op neerkomt is dit: de discussie “mobiel of desktop” is een verkeerd geformuleerde vraag. Er is geen winnaar. Er is werk dat om een groot oppervlak vraagt en werk dat om nabijheid vraagt, en het is een teken van vakkundigheid om te weten welk van de twee je voor je hebt.
Ik lees mijn berichten op mijn telefoon. Ik betaal ermee. Ik doe er de boodschappen mee, ik navigeer ermee, ik maak er foto’s mee die vervolgens op mijn eigen servers belanden. Als er ’s nachts iets omvalt, is de telefoon het eerste ding dat het mij vertelt en soms ook het ding waarmee ik de eerste actie doe. Dat is geen concessie, dat is gewoon de juiste machine op dat moment.
Maar zodra ik iets moet bouwen in plaats van bedienen, ga ik zitten. Niet uit koppigheid, maar omdat het werk erom vraagt. Een chirurg opereert niet met een zakmes, ook al is een zakmes ontzettend handig.
En over dat filter
Overigens — tegen die reclame heb ik in algemene zin wel een effectief filter voor al mijn apparaten. Netwerkbreed, dus ook voor de telefoons in huis. Maar de meeste particulieren kunnen daar niet bij. Niet omdat het geheim is, maar omdat het net genoeg technische stappen kost om af te haken, en omdat de partijen die aan die reclame verdienen weinig reden hebben om het makkelijker te maken.
Betaal me en ik regel het voor je. Zo werkt de wereld kennelijk.