Observatie — Jelle van der Pal, 12 juni 2026


I. Begrip als patroonvoltooiing

Begrip voelt, fenomenologisch gezien, als het compleet worden van een plaatje. Ontbrekende datapunten over een bepaald begrip worden ineens ingevuld door een nieuw inzicht of stukje kennis — een soort cognitief sluiten van een open gestalt. Dit sluit aan op de predictive processing-theorie van neurowetenschapper Karl Friston: het brein is geen passieve ontvanger van informatie, maar een voorspellingsmachine die continu hypothesen genereert en bijstelt op basis van binnenkomende data. “Begrip” is dan het moment waarop de voorspellingsfout (prediction error) tot nul nadert — het klikken van het slot.

Cognitief psycholoog Wolfram Schultz documenteerde de onderliggende mechanismen: dopaminerge neuronen in het middenbrein vuren sterk bij onverwachte beloningen — niet bij de beloning zelf, maar bij het signaal dat de verwachting klopt. Het “aha-moment” is letterlijk een neurochemische gebeurtenis, geen metafoor.


II. Biochemische waardetoekenning en reproductieve fitness

Het menselijk brein beschikt over biochemische systemen die waarden toekennen aan herkenning en integratie van informatie — en die bepalen welke inzichten worden vastgehouden, doorgegeven en herhaald. Dit is evolutionair begrijpelijk: inzichten die overlevingsrelevant zijn (gevaar, voedsel, sociale alliantie) worden sterker gecodeerd dan neutrale informatie.

De keerzijde hiervan is de negativity bias, breed gedocumenteerd door psycholoog Roy Baumeister (2001, “Bad Is Stronger Than Good”): negatieve ervaringen, bedreigingen en verliezen wegen cognitief en emotioneel zwaarder dan positieve equivalenten. Dit is geen pathologie — het was adaptief. Een gemiste kans op voedsel kost energie; een gemiste kans om een roofdier te ontwijken kost het leven.


III. Evolutionaire artefacten en amygdala-overstimulatie

Het probleem: die evolutionaire kalibratie is slecht aangepast aan de informatie-omgeving van de 21e eeuw. De amygdala — het angst- en dreigingscentrum van het brein — reageert op symbolische bedreigingen (nieuwskoppen, ziektenamen, statistieken) alsof het directe fysieke gevaren zijn. Het resultaat is chronische activatie in een omgeving die feitelijk ongekend veilig is voor de gemiddelde westerse gebruiker.

Concreet voorbeeld: het fenomeen cyberchondria, voor het eerst systematisch beschreven door Microsoft Research in 2008. Gebruikers die via zoekmachines symptomen opzoeken, escaleren gemiddeld naar de ernstigste mogelijke diagnose — niet omdat ze dom zijn, maar omdat zoekalgoritmen extremere resultaten hoger ranken (meer clicks, meer engagement) én omdat de amygdala selectief de meest bedreigende interpretatie als meest geloofwaardig markeert. Geschat 35–40% van de Amerikaanse internetgebruikers raadpleegt het web als primaire medische informatiebron; studies tonen aan dat dit in significante gevallen angst vergroot in plaats van vermindert.


IV. Kapitalisme als architecturale drijfveer

De feedback-loop tussen evolutionaire biases en platform-ontwerp is geen toeval — het is ontwerp. Tristan Harris (voormalig design ethicist bij Google, oprichter Center for Humane Technology) beschreef het mechanisme: platformen worden niet geoptimaliseerd voor begrip of welzijn, maar voor engagement. Omdat negatieve emoties (woede, angst, verontwaardiging) meer engagement genereren dan positieve, worden die systematisch versterkt.

De monetaire logica: aandacht is de schaarse grondstof; reclame-inkomsten zijn afhankelijk van aandacht; aandacht wordt het meest effectief vastgehouden door prikkels die de amygdala activeren. Het internet — ons gedeelde kennisnetwerk — wordt zo betaald door de voortdurende exploitatie van evolutionaire zwaktes. Dit is geen samenzwering. Het is de emergente uitkomst van gedecentraliseerde incentives die allemaal dezelfde kant op wijzen.


V. De digitale spiegel — en haar grenzen

De vraag rijst of het technisch mogelijk is computers volledig naar ons evenbeeld te scheppen: elk neurotransmitter- en hormoonpatroon geëmuleerd, elk cognitief bias gemodelleerd door zijn digitale equivalent. Theoretisch is dit niet uit te sluiten. Praktisch stuiten we op drie fundamentele problemen.

1. Modelcollaps

Shumailov et al. (2023, “The Curse of Recursion”) toonden aan dat taalmodellen getraind op door AI gegenereerde data degraderen — de staart van de kansverdeling (de zeldzame, originele inzichten) verdwijnt, het gemiddelde wordt versterkt. Als AI steeds meer content produceert waarop nieuwe AI wordt getraind, eten we onze eigen staart op.

2. Het Chinese Kamers-probleem

John Searle (1980) formuleerde het gedachte-experiment: een systeem kan syntactisch correct antwoorden genereren zonder enig semantisch begrip. Of een volledig geëmuleerde digitale mens daadwerkelijk begrijpt — of slechts overtuigend simuleert te begrijpen — is niet oplosbaar binnen het systeem zelf. Het hard problem of consciousness (Chalmers, 1995) blijft onopgelost.

3. De weg is de toren

De infrastructuur die nodig is om volledige menselijke emulatie te bereiken — de datacenters, de energieconsumptie, de concurrentie om GPU-capaciteit, de divergerende nationale AI-strategieën — vormt zelf al een Tower of Babel. Elke stap dichter bij het doel maakt coördinatie complexer, belangen tegenstrijdiger, en de kans op een coherent resultaat kleiner.


VI. Lemmings en de piek van domheid

De Dunning-Kruger-curve (Kruger & Dunning, Cornell 1999) beschrijft hoe mensen met beperkte competentie hun eigen kunnen systematisch overschatten — en hoe dit leidt tot zelfverzekerd falen. De Mount Stupid (peak of Mount Stupidity) is het punt waarop iemand net genoeg weet om zeker te zijn, maar niet genoeg om twijfel te voelen.

Op collectief niveau lijkt de analogie toepasselijk: we weten net genoeg over AI om enthousiast te zijn, maar — als institutie, als samenleving — niet genoeg om de systemische risico’s te overzien. De lemmings-metafoor heeft overigens een pikante ironie: het beeld van lemmings die collectief van een klif springen is grotendeels een mythe, gepopulariseerd door een Disney-documentaire uit 1958 waarbij de dieren actief de klif in werden geduwd voor de camera. We gebruiken een gefabriceerde collectieve-zelfmoord-metafoor om collectieve zelfdestructie te beschrijven. Dat zegt iets.


VII. Slotobservatie

De essentie van de mensheid — haar gemiddelde aard, haar evolutionaire bagage, haar neiging tot groepsdenken, haar amygdala-gestuurde besluitvorming — zal niet veranderen door het bouwen van digitale spiegels van zichzelf. We bouwen geen verlossing. We bouwen een hogere resolutie van wat we al waren.

Of dat de wisse dood is, of gewoon de volgende iteratie van een soort die altijd al op het randje van zijn eigen kunnen opereerde — dat blijft een open vraag. De eerlijkste positie is: we weten het niet. Maar de structurele incentives wijzen op dit moment niet in een bemoedigende richting.

“The reality check to see ‘has it already been done?’ is easier today than ever. And I think that is beautiful.”
— Jelle van der Pal, reactie op The Atlantic, juni 2026

Categories: LLM Aided, Tech